Van 1940 tot 1945

Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog moesten joodse doven in Nederland zowel de Jodenster dragen als een armband waarop ‘Taub’ stond.  

1941
Verplichte ziekenfondsverzekering

29 augustus 1941
Alexander Katan, werkzaam als repetitor in het onderwijs in Leeuwarden, een Joodse man van 1.25m lengte en rolstoelgebruiker, krijgt een verbod om zijn werk in het onderwijs voort te zetten. Dit is het gevolg van een verbod voor Joden om in het onderwijs te werken, ingesteld door de bezetters. Dit verbod ontneemt hem zijn inkomen. Alexander Katan, geboren in Rotterdam op 18 november 1899 en zijn vrouw Julia Katan beschouwen zichzelf niet als joods en dragen geen zogenaamde jodenster, wat een overtreding van de anti-joodse wetten betekent. 

1942
Oprichting van de Algemene Nederlandse Invaliden Bond (ANIB)

juli 1942
Alexander Katan wordt door de Nederlandse politie opgesloten in de strafgevangenis van Leeuwarden, waar hij een paar maanden zit. Korte tijd later wordt ook Julia Katan, zijn vrouw en ook klein van afmeting, opgepakt en naar de gevangenis van Leeuwarden gebracht, van waar zij na enige tijd vermoedelijk wordt overgebracht naar Kamp Westerbork. Alexander Katan wordt in september 1942 overgebracht naar Kamp Amersfoort. Vervolgens wordt Alexander Katan op transport gesteld naar het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk, waar hij op 3 november wordt ingeschreven onder nummer 13992. Hij wordt ingedeeld in het jodenblok en door de kampleiding regelmatig gebruikt als showobject voor de degeneratie van het joodse ras.

3 oktober 1942
Deportatie van Joodse doven uit Groningen naar Auschwitz via Westerbork

Eerste (?) deportatie in Nederland van totaal bijna duizend Joodse patiënten uit Den Haag en omgeving

21-22 januari 1943
Deportatie van Joodse gehandicapten. 

1943
Ontruiming Het Apeldoornse Bos.

27 januari 1943
Alexander Katan wordt in Gusen, een onderdeel van Mauthausen, vermoord door een injectie in het hart. "Na zijn dood wordt zijn lichaam in een vat met vermoedelijk caustische chemicaliën gestopt om het vlees van zijn botten te strippen. Later wordt zijn skelet tentoongesteld. Katan werd niet naar Mauthausen getransporteerd omdat hij klein was, maar omdat hij Jood was. Maar hoewel Alexander Katan gevangen gezet werd en gedood omdat hij Jood was, had de specifieke manier waarop hij gedood werd - en de manier waarop zijn stoffelijke resten werden tentoongesteld, begluurd, ontheiligd - alles te maken met het feit dat hij een klein mens was. [...]" Eigen vertaling uit het Engels. Secundaire bronnen: Via www.repository.library.northeastern.edu [bekeken 1-05-2020] via www.littlepeoplethebook.com Hoofdstuk 4 waar informatie uit Mauthausen Memorial Archives wordt aangehaald en via hen van Dr. Doris Wagner een medewerker van het Oostenrijkse Federale Ministerie van Binnenlandse Zaken. 

2 februari 1943
15 Joodse psychiatrisch patiënten (waaronder Joodse onderduikers uit ‘Santpoort’) van de Willem Arntsz Hoeve in den Dolder worden ontdekt en weggevoerd. 

1 maart 1943
De Joodse Invalide, een tehuis voor mindervaliden dat in 1911 in Amsterdam werd opgericht, gedeporteerd.  

Maart 1943
Deportatie van Joodse psychiatrisch patiënten uit de Nederlands-Hervormde Stichting voor Zenuw- en Geesteszieken te Assen.

9 maart 1943
Vier Joodse psychiatrisch patiënten van Psychiatrisch Ziekenhuis Groot Bronswijk in Wagenborgen worden via Groningen naar Westerbork gebracht door een politieman. Betje 47 jaar en Sientje Stoppelman 35 jaar, geboren in Oude Pekela, Heintje Levie 52 jaar geboren in Termunten en Heiman Aptroot 19 jaar, geboren in Hoogezand zijn allen Joods. Op dinsdag 10 maart 1943 worden ze van Westerbork met het tweede transport naar Sobibor gedeporteerd. Daar worden ze op 13 maart 1943, samen met nog 1105 andere Joden direct na aankomst vergast en verbrand. 

9 maart 1943
De drie vrouwen en een man hebben opdracht gekregen een koffertje in te pakken met schone kleren. Psychiatrisch Ziekenhuis Groot-Bronswijk onder leiding Wasserij TCL Wagenborgen van directeur Dr. Schaafsma, heeft bevel gekregen de vier Joodse bewoners met een beperking uit te leveren aan de bezetter. In een dikke winterjas met daaronder zondagse kleren staan ze op de bus van 10 voor 11 naar Groningen te wachten. Ze reizen onder begeleiding van een veldwachter. Ze weten niet waar ze heen gebracht worden. Van Groningen reizen ze direct door naar Westerbork. De volgende dag, dinsdag 10 maart 1943 worden ze met het tweede transport van Westerbork naar Sobibor gestuurd. Op 13 maart worden Betje en Sientje Stoppelman, Heiman Aptroot en Heintje Levie direct na aankomst in Sobibor samen met 1105 andere Joden vergast en verbrand.

Aan de Akeleistraat in Wagenborgen in de provincie Groningen staat een monument. Het Joods monument voormalige bewoners Psychiatrisch Ziekenhuis Joods monument Foto bij Agnes van Wijnen Groot-Bronswijk. Het is op initiatief van Stichting Dorpsbelangen in 1990 geplaatst. Daarvoor werd niet over deze deportatie gesproken. Niet door inwoners van Wagenborgen, niet door medewerkers van De Stichting. Op het monument staan de namen van de vier Joodse bewoners van De Stichting Tot Christelijke Liefdadigheid; Betje Stoppelman, Sientje Stoppelman, Heintje Levie en Heiman Aptroot. En de tekst “Opdat wij niet vergeten.” Elk jaar op 9 maart om 10 voor 11 herdenken dorpsbewoners, leden van de Joodse gemeenschap en schoolkinderen van Wagenborgen samen bij het monument de vier vermoorde Joodse psychiatrisch patiënten.

1943 (vermoedelijk)
Patiënten van het Joles ziekenhuis in Haarlem gedeporteerd.

7 april 1943
Alle 75 kinderen van 'Beth Azarja' worden weggevoerd.  

27/28 maart 1945
In de nacht van 27 op 28 maart 1945 vertrekt een trein met goederenwagons van het station in Vries. 528 patiënten van Psychiatrisch Ziekenhuis Dennenoord in Zuidlaren, 138 mannen en 390 vrouwen worden naar Franeker verplaatst. De Duitsers vorderen het gebouw als oorlogshospitaal. In de wagons zitten en staan dicht op elkaar gepakt 528 patiënten en een aantal verplegers. De patiënten moeten eerst ongeveer 40 minuten lopen naar het station in Vries. De boeren in de buurt worden opgeroepen om met paard en wipkarren te komen helpen. De patienten die ingenaaid zijn, worden op wagens gelegd. De rest van de mensen loopt. In Franeker is groot tekort aan verpleegkrachten, voeding en verwarming. 56 patiënten sterven in Franeker tussen 28 maart en 26 juli als gevolg van kou en ondervoeding. 
Bron www.drentheindeoorlog.nl 
 
1990
In Wagenborgen wordt op inititief van St Dorpsbelangen een muurplaquette geplaatst met de tekst "Opdat wij niet vergeten", en de namen van de vier Joodse bewoners van Groot-Bronswijk die in Sobibor vergast en verbrand zijn. In 2006 wordt de plaquette verplaatst naar een plek vlakbij het kleine kerkhof van de familie Brons. Sindsdien herdenken dorpsbewoners, schoolkinderen en leden van de Joodse gemeenschap elk jaar op 9 maart de langverzwegen tragedie van de vier Joodse patiënten van Groot-Bronswijk.
 
 
17 oktober 2010
Herdenkingsmonument Joodse dove slachthoffers naziregime
De Joodse doven die in de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd, gingen rechtstreeks naar de gaskamer. Niemand kwam terug. De dovengemeenschap in Nederland raakte daardoor zijn sleutelfiguren kwijt.
Op 17 oktober 2010 werd in het Hortusplantsoen in Amsterdam een herdenkingsmonument onthuld ter nagedachtenis aan de Joodse dove slachtoffers van het naziregime in Nederland. Het monument staat tegenover de voormalige dovenschool J. C. Ammanschool, waarvandaan dove leerlingen en leerkrachten zijn weggevoerd door de nazi's. Het monument werd onthuld door Anna Vos-van Dam samen met Hedy d’ Ancona. Rabbijn Evers deed de kaddiesj.
 
2013
In Zuidlaren, op het terrein van Dennenoord tussen de Bremweg en de Kastanjelaan wordt in 2013 door GGZ organisatie Lentis een monument onthuld. Ter herinnering aan de 'Helletocht' van Zuidlaren naar Franeker, en de slachtoffers van de ontberingen tijdens de tocht en het verblijf in Franeker.