'Gewoon anders lezen: de bibliotheekvoorziening voor mensen met een visuele of andere leesbeperking'


Op 3 september 2013 is bij Uitgeverij Elikser BV te Leeuwarden een nieuw boek verschenen over de lectuurvoorziening voor mensen met een leesbeperking, geschreven door Ad van der Waals. De titel is: "Gewoon anders lezen in de openbare bibliotheek; de geschiedenis van de openbare bibliotheekvoorziening voor mensen met een visuele of andere leesbeperking". Het boek verschijnt ook in de leesvormen braille en daisy-cd.

De officiële presentatie van het boek vond plaats in de centrale vestiging van de Openbare Bibliotheek Amsterdam. De schrijver gaf een toelichting  op zijn boek en diverse sprekers gingen in op de aangepaste lectuurvoorziening als onderdeel van het openbaar bibliotheekwerk.

De toelichting van Ad van der Waals lees je hier.

Bijna iedereen besteedt een deel van zijn of haar tijd aan lezen. Lezen voor ontspanning en ontwikkeling, lezen om op de hoogte te blijven, lezen om onderwijs te kunnen volgen en lezen omdat dat nu eenmaal voor het werk nodig is. Maar als ‘gewoon’ lezen van een tekst in een boek, een krant, vergaderstukken, een gebruiksaanwijzing of wat dan ook niet meer lukt? Als de boekwinkel of de bibliotheek er wel voor iedereen is maar mij toch niet van dienst kan zijn? Een beperking van het gezichtsvermogen kan een belemmering zijn om te lezen, om van een boekwinkel of bibliotheek gebruik te maken en daarmee ook om mee te doen of er nog volwaardig bij te horen. Sinds de start van de blindenbibliotheek in Den Haag in 1891 kent ons land instellingen die aan mensen met een leesbeperking lectuur in een voor hen bruikbare leesvorm aanbieden. Aanvankelijk waren blinden aangewezen op brailleboeken die de blindenbibliotheken produceerden en uitleenden. Voor mensen die op latere leeftijd blind waren geworden of zeer slechtziend was de weg naar lectuur afgesneden. Vanaf het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw begonnen de blindenbibliotheken ook met de productie van gesproken lectuur. Hun doelgroep bleef niet meer beperkt tot blinden maar werd uitgebreid met slechtzienden of mensen die anderszins beperkt waren in hun leesmogelijkheden. Het begrip blindenbibliotheek maakte op den duur plaats voor aangepast lezen. De aangepaste lectuurvoorziening is inmiddels onderdeel geworden van het stelsel van het openbaar bibliotheekwerk.

Dit boek beschrijft de geschiedenis van deze bijzondere tak van de openbare bibliotheekvoorziening. Daarnaast wordt ingegaan op de geschiedenis van het openbaar bibliotheekwerk voor zover er raakvlakken waren met de dienstverlening van de blindenbibliotheken. Er wordt beschreven op welke wijze gesproken boeken werden geïntroduceerd in de openbare bibliotheken en hoe werd getracht de blindenbibliotheken daarbij in te schakelen. Aan de orde komen de omstandigheden en motieven waardoor de aangepaste lectuurvoorziening vooral een landelijk karakter heeft behouden en veel minder een zaak van plaatselijke bibliotheken is geworden. Desondanks zijn er drie openbare bibliotheken geweest die gedurende langere tijd een afdeling voor blinden en slechtzienden in stand hebben gehouden. Met de beschrijving van de geschiedenis van deze bijzondere dienstverlening in Utrecht (1913-1943) , Amsterdam (1919-1987) en Groningen (1925-2002) wordt een bijdrage geleverd aan een tot nu toe nauwelijks beschreven onderdeel van lokale bibliotheekgeschiedenis.

Er wordt in dit boek uitgebreid aandacht besteed aan twee onderwerpen waarbij de blindenbibliotheken een heel andere ontwikkeling hebben gekend dan de openbare bibliotheken: de levensbeschouwelijke identiteit en de invloed van de lezers. De levensbeschouwelijke scheidslijnen in het openbaar bibliotheekwerk werden in 1972 weggenomen maar zijn bij de blindenbibliotheken tot 2007 in stand gebleven. De vraag is dan of de identiteit dé oorzaak is van de jarenlange verdeeldheid tussen de blindenbibliotheken of dat hierbij ook heel andere zaken een rol speelden. Een goede lectuurvoorziening is voor mensen met een visuele beperking essentieel om mee te kunnen doen in de samenleving. De belangenorganisaties van blinden en slechtzienden hebben daarom altijd een stem willen hebben in het beleid van de instellingen waar ze bij uitstek van afhankelijk waren. In dit boek wordt uitvoerig beschreven op welke manier de lezers van de blindenbibliotheken en hun belangenorganisaties betrokken waren bij alle discussies over het beleid, de structuur en de uitvoering van het werk. Een gelijkwaardige toegang tot lectuur en informatie en dienstverlening vanuit een landelijke voorziening stonden bij hen centraal. Ook bij dit onderwerp wordt een vergelijking gemaakt met het openbaar bibliotheekwerk waar de betrokkenheid van de lezers een geheel ander karakter heeft gehad. Ervoor zorgen dat mensen met een leesbeperking gelijkwaardig en gelijktijdig over dezelfde lectuur kunnen beschikken als goedzienden. Hoe hebben overheid, blindenbibliotheken, openbare bibliotheken en de doelgroep daar in ruim honderd jaar aan bijgedragen? Hoeveel discussies en herhaling van discussies zijn daarover gevoerd? Daarover gaat het boek.

Over de schrijver
Ad van der Waals (1946) was vanaf 1968 tot 1984 werkzaam in het openbaar bibliotheekwerk, onder meer als rayondirecteur bij de Provinciale Bibliotheekcentrale voor Zuid Holland. Daarna was hij coördinator van het Centraal Orgaan Lectuurvoorziening voor blinden en slechtzienden. Vanaf 1991 was hij directeur van de Nederlandse Vereniging van Blinden en Slechtzienden (NVBS) en vanaf 1997 beleidsmedewerker bij de NVBS, de Federatie Slechtzienden- en blindenbelang en Viziris, de koepelorganisatie van verenigingen van mensen met een visuele beperking. Hij publiceerde eerder bij Uitgeverij Elikser ‘Dan dogge wy it sels-de geschiedenis van het Friestalige gesproken boek’ (2010) en ‘Studeren met een visuele beperking- de geschiedenis van de studielectuurvoorziening voor blinden en slechtzienden in Nederland’ (2011). In ‘Braille van a tot z’ (Biblion, 2010) schreef hij het essay ‘Over het brailleschrift gesproken; de betekenis van schrijven en lezen van braille in historisch perspectief’.
Het onderzoek naar de geschiedenis van de lectuurvoorziening voor mensen met een visuele beperking verricht de schrijver op eigen initiatief.